Zaterdagochtend 17 januari is het tijd om de wandelspullen bij elkaar te rapen en naar Delft te rijden. Op Komoot de 15 km-route gedownload en het weerbericht is heel gunstig. In Delft aangekomen kunnen we pal naast de route parkeren, ideaal. We lopen al meteen het Delftsche Hout in. Het gebied bestaat uit 400 hectare groen. Het is een prachtig recreatie- en natuurgebied met een mooi gelegen stadscamping. Het meest bekend is de Grote Plas. Er is ook een hertenkamp, kinderboerderij met waterspeeltuin en de Papaver. De Grote Plas zit aan het eind van de route maar daar zijn we nog lang niet.
Al snel komen we in bebouwde kom uit in de Bomenwijk en lopen we langs het Rijn-Schiekanaal. Altijd leuk om langs huisjes te lopen en naar binnen te kijken. Aan het eind van de watertorengracht zien we de watertoren in zijn volle glorie. Hij is 29 meter hoog en stamt uit 1895. Het reservoir kon 600 m3 water bevatten. Het reservoir heeft een dubbel gewelfde bodem, die met de bolle kant naar boven is uitgevoerd en op de gemetselde torenschacht rust. In 1996 verliest de watertoren zijn functie. Delftse huishoudens ontvangen hun water uit de watercentrale van Evides. Vanaf 2021 is het gebouw een multifunctioneel centrum voor allerlei activiteiten zoals tentoonstellingen, flexwerkers, vergaderaars en borrelaars.
Hierna volgt een stukje door woonwijken en lopen we door de Geerweg. Dat doet ons denken aan Geer, de moeder van Hans. En dan lopen we op de molen de Roos af. Het is de enige molen van de 18 die in Delft stonden. Hij draait nog elke week rond om graan te bemalen en er is een winkel onder in de molen.
We steken het trein tracé over dat onder de grond loopt en komen uit in het Agnetapark, een oase van rust. Het is een klein park dus daar zijn we zo weer uit en komen dan uit in een woonwijk met een gelijksoortig uiterlijk van huizen. Alle kozijnen van deze huizen zijn geel-groen en dat geeft eenheid en rust.
Het Wilhelminapark doen we ook aan, hier lopen veel honden uitlaters. Langs de Buitenwatersloot lopen we richting het oude treinstation, een mooi gebouw waar nu een Italiaans restaurant huist. Het nieuwe station is veel moderner en flink uitgebreid. Het busstation is nog steeds op dezelfde plek.
Op dit moment voel ik mij niet zo lekker, neem een paracetamol en slaan we een stukje over omdat we nu wel wat willen eten. We komen uit in het bruisende centrum en zoeken een restaurant op de markt. Heerlijk, eventjes wat drinken en eten en de beentjes van de grond. We hebben er bijna 9 km op zitten. In de route zitten een paar heen-en-weertjes die we niet lopen. Ook het rondje om de kerk, letterlijk, doen we niet.
Via de Beestenmarkt lopen we naar de Oostpoort. Het is de enige overgebleven poort van de acht die in Delft bestonden en is in 1519 gebouwd. Toen Willem van Oranje in 1572 in Delft kwam wonen, werd de hele vesting verstevigd. Rond 1840 werden de andere Delftse stadspoorten afgebroken, alleen de Oostpoort mocht blijven staan, omdat die in de uithoek van de stad niet in de weg stond. Momenteel is de ruimte in gebruik sinds mei 2022 door een Delftse fotografe en is niet te bezichtigen.
Hier poseer ik voor een paar foto’s want het is schitterend weer en levert mooie plaatjes op. De naastgelegen Oospoortbrug dateert uit 1514 en is net als de poort een rijksmonument. En natuurlijk is het tijd voor een brugmomentje op deze mooie ophaalbrug.
Dan lopen we weer door een woonwijk en onder de A13 door naar het Delftse Hout. Slingerpaadjes door de natuur en langs de Grote Plas voeren ons terug naar de auto. We hebben genoten van deze mooie route die uiteindelijk 13,3 km werd op onze GPS.



